Omgangsregeling/Zorgverdeling

Zorg- en opvoedingstaken en omgang bij scheiding

De term 'verdeling van de zorg- en opvoedingstaken' is gereserveerd voor de ouder met gezag. De term 'omgang' voor een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders. Hier vindt u het antwoord op veelgestelde vragen over dit onderwerp.

Hoe gaat het straks met de kinderen?

Wat is het verschil tussen de termen verdeling van zorg- en opvoedingstaken en omgang?

Inhoudelijk zijn de termen vergelijkbaar maar ze worden gehanteerd voor verschillende doelgroepen. De term 'verdeling van de zorg- en opvoedingstaken' is gereserveerd voor de ouder met gezag. De term 'omgang' voor een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders.

Er is één belangrijk verschil. Een ouder met gezag kan slechts tijdelijk het contact met zijn of haar kind worden ontzegd, terwijl een ouder zonder gezag of een derde de omgang voor onbepaalde tijd kan worden ontzegd.

Kan een ouder met gezag op grond van artikel 377a omgang vragen?

Nee, dit kan niet. Artikel 377a (van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek) is alleen van toepassing op een ouder zonder gezag of een derde, bijvoorbeeld de biologische ouder of grootouders. Wel kan de ouder met gezag de rechter verzoeken een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast te stellen. Dit wordt ook wel een zorgregeling genoemd. De ouder kan dit verzoek doen op grond van het tweede lid van artikel 253a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Kan de rechter een dwangmiddel opleggen om de zorg- of omgangsregeling af te dwingen?

De rechtbank kan als het belang van het kind zich daartegen niet verzet, een door de wet toegelaten dwangmiddel opleggen. Ook kan de rechter bepalen dat de beschikking, of onderdelen daarvan, met inschakeling van de politie uitgevoerd kan worden (op basis van artikel 812, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Kunnen grootouders ook een omgangsregeling vragen?

De grootouders kunnen een verzoek doen tot het vaststellen van een omgangsregeling (op grond van artikel 377a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). Hiervoor is wel vereist dat zij in een nauwe persoonlijke betrekking staan tot het kind. Dit is bijvoorbeeld aan de orde als het kleinkind bij de grootouders in huis heeft gewoond.

Het bestaan van een nauwe persoonlijke betrekking wordt niet aangenomen enkel op grond van het zijn van grootouders. Als de rechter vaststelt dat sprake is van die nauwe persoonlijke betrekking zal vervolgens moeten worden beoordeeld of omgang, en zo ja, welke omgangsregeling concreet in het belang van het kind is. De omgang kan worden ontzegd als een ontzeggingsgrond aanwezig is.

De beoordeling is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij de mate van contact zoals dit heeft plaats gevonden van belang is. Ook van belang is bijvoorbeeld de mate van gehechtheid van het kind aan degene die de omgangsregeling verzoekt en de praktische uitvoerbaarheid van een omgangsregeling. De omgangsregeling is qua omvang steeds maatwerk.

Gelijkwaardig ouderschap

Een kind over wie de ouders gezamenlijk het gezag uitoefenen, heeft recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dat geldt ook na ontbinding of beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenleving. Dit wordt gelijkwaardig ouderschap genoemd.

Betekent gelijkwaardig ouderschap in conflictsituaties verplicht co-ouderschap?

Nee. Gelijkwaardig ouderschap is geen norm die voorschrijft dat in conflictsituaties co-ouderschap (50–50 procent zorgverdeling) het uitgangspunt is. Gelijkwaardig betekent dat een kind recht heeft op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders ook na beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de samenleving. De norm is de basis voor een eventuele beslissing door de rechter in een conflictsituatie.

Het recht op contact of omgang ontzeggen

Bij hoge uitzondering kan het beter zijn voor een kind als het geen contact meer heeft met de andere ouder. De rechter beslist hierover en zal contact of omgang alleen ontzeggen als:

  • Het contact met de andere ouder slecht is voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind
  • De andere ouder duidelijk niet geschikt is of niet in staat is tot omgang met het kind
  • Het kind 12 jaar of ouder is en grote bezwaren heeft tegen contact met de andere ouder
  • Het contact met de ouder om andere redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind

Er is een belangrijk verschil of een ouder het gezag uitoefent of niet. Een ouder met gezag kan slechts tijdelijk het contact met zijn of haar kind worden ontzegd door de rechter, bijvoorbeeld voor een jaar. Een ouder zonder gezag kan de omgang voor onbepaalde tijd worden ontzegd.

Ga terug naar boven