Wingen Advocatuur
Camplaan 20-A (hoek Heemsteedse Dreef)
2103 GW Heemstede
Tel.
023 - 528 96 62
Email
advocaat@wingen-advocatuur.nl
Gezag- en co-ouderschap
In Nederland staan alle minderjarigen volgens de wet onder gezag; minderjarig is over het algemeen iedereen onder de 18 jaar. Meestal hebben de ouders samen het gezag. Dit noemen we het ouderlijk gezag.
Het gezag kan ook worden uitgeoefend door een ouder een niet-ouder samen. Dit noemen we gezamenlijk gezag. Dit gezamenlijke gezag roept voor de niet-ouder dezelfde gezagsrechten en- plichten in het leven als voor de ouder die het gezag heeft. Als een ander dan de ouder(s) het gezag uitoefent, noemen we dit voogdij. Een voogd en zijn of haar partner kunnen gezamenlijk de voogdij uitoefenen.
Gezamenlijke voogdij roept vrijwel dezelfde rechten en plichten in het leven als gezamenlijk gezag. Tot 1 januari 2002 hadden alleen gehuwde ouders automatisch samen het ouderlijk gezag over de kinderen die tijdens het huwelijk geboren waren. Voor andere samenlevingsvormen gold dit niet. Daar was altijd een procedure voor nodig. Op 1 januari 2002 is dit voor een aantal gevallen veranderd. Ook ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, verkrijgen sindsdien automatisch samen het ouderlijk gezag over de kinderen die vanaf deze datum geboren worden.
Voorwaarde is wel dat de mannelijke partner het kind heeft erkend. Ook gehuwde of geregistreerde vrouwen paren hebben automatisch het gezamenlijk gezag over kinderen die geboren zijn tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap. Voorwaarde hiervoor is wel dat er geen andere ouder is.
Hoe gaat het straks met de kinderen?
Ouderlijk gezag
Meestal gaan minderjarige kinderen na een scheiding bij een van beide ouders wonen. Dat betekent niet dat een van de ouders in zijn eentje verantwoordelijk is voor de kinderen. De wet gaat ervan uit dat ouders samen het ouderlijk gezag blijven voeren. Dat betekent dat zij samen beslissen over bijvoorbeeld schoolkeuze en opvoedingskwesties. Ook moeten ouders samen zorgen dat formele zaken goed geregeld worden. Denk bijvoorbeeld aan bijzondere uitgaven of verplichtingen voor het kind, inschrijving bij de gemeente, en het aanvragen van een paspoort of visum.
Eénoudergezag
In sommige gevallen is het mogelijk dat een van de ouders alleen ouderlijk gezag gaat voeren. Bijvoorbeeld als een van de ouders emigreert, of als en geen enkele communicatie en dus overleg tussen ouders meer mogelijk is. De rechter bepaalt dan wie van jullie het ouderlijk gezag krijgt. Meestal vraagt hij daarvoor advies aan de raad voor de kinderbescherming. Bovendien wil de rechter de mening van kinderen boven de twaalf horen.
Ouderlijk gezag en Omgangsregeling
Sinds 1 januari 1998 geldt in Nederland het uitgangspunt dat na de scheiding de ouders samen het ouderlijk gezag over de kinderen blijven houden. De ouders blijven dan beiden verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de kinderen en nemen samen alle belangrijke beslissingen.
Kinderen hebben recht op contact met beide ouders. Ook al woont het kind bij jou, het heeft het recht om de andere ouder/of ex-partner te zien. Jij bepaalt samen met je partner hoe vaak en wanneer je kind je partner ontmoet. Die afspraken leg je vast in een omgangsregeling.
Je partner heeft altijd recht op informatie over jullie kinderen. Jij moet hem bijvoorbeeld op de hoogte houden van hoe jullie kind het op school doet en hoe het met zijn gezondheid is. Bovendien heeft je partner recht op consultatie. Jij bent verplicht zijn mening te vragen over belangrijke beslissingen rond het kind. Als jij in je eentje het gezag over kinderen voert, mag jij uiteindelijk wel zelf de beslissingen nemen.
Als er minderjarige kinderen zijn, moet duidelijk zijn of u na de scheiding samen het gezag over de kinderen blijft uitoefenen of dat een van beide ouders alleen het gezag gaat uitoefenen. De wet gaat ervan uit dat u in beginsel samen het gezag blijft uitoefenen na de scheiding.
Op verzoek van beide of één van de ouders kan de rechter besluiten het gezamenlijk gezag te beëindigen en het aan één van de ouders over te dragen. De rechter staat deze uitzondering slechts in uitzonderlijke situaties toe(hierna). Ook een kind van 12 jaar of ouder kan de rechter vragen om het gezag aan één van de ouders op te dragen.
Ouderlijk gezag
De wet gaat ervan uit dat u in beginsel samen het gezag op de kinderen blijft uitoefenen na de scheiding. In uitzonderingssituaties gaat een van beide ouders alleen het gezag uitoefenen.
- Zorgverdeling, informatie en consultatie.
- Het recht op contact of omgang ontzeggen
- School moet informatie verstrekken
- Meer informatie
In Nederland geldt het uitgangspunt dat na de scheiding de ouders samen het ouderlijk gezag over de kinderen blijven houden. Samenwonenden hebben niet automatisch hebben het gezamenlijk ouderlijk gezag, tenzij zij dat tijdens de samenleving een verzoek bij de rechtbank hebben ingediend.
Na de scheiding blijven de ouders beiden verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van de kinderen en nemen samen alle belangrijke beslissingen. Om deze reden moeten ouders ook afspraken maken over hun kinderen in een ouderschapsplan. Dit is wettelijk verplicht vanaf 1 maart 2009.
Op verzoek van één of beide ouders kan de rechter besluiten het gezamenlijk gezag te beëindigen en het aan één van de ouders over te dragen. De rechter staat dit slechts in uitzonderlijke situaties toe. Ook een kind van 12 jaar of ouder kan de rechter vragen om het gezag aan één van de ouders op te dragen.
Kunt u het over gezag en omgang helemaal niet eens worden met elkaar? Dan vraagt de rechter, voordat hij of zij beslist, advies aan de raad voor de kinderbescherming. De rechter zal een beslissing nemen, waarbij het belang van het kind voorop staat.
Zorgverdeling, informatie en consultatie
De ouders bepalen samen hoe zij de zorg na de scheiding verdelen. Bij wie gaan de kinderen wonen en wanneer zien de kinderen de andere ouder? Ook kunnen de ouders kiezen voor co-ouderschap. Deze afspraken worden in het ouderschapsplan opgenomen. In dit ouderschapsplan worden ook afspraken gemaakt over kinderalimentatie, informatie en consultatie (overleg over het kind tussen beide ouders).
De niet-verzorgende ouder heeft recht op informatie over het kind. De ouder bij wie de kinderen wonen, heeft de plicht om de andere ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben. Denk hierbij aan de voortgang op school of de gezondheid van het kind. Bovendien moet de ene ouder de andere ouder om zijn of haar mening vragen bij belangrijke beslissingen over het kind. Dit is het recht van consultatie. Bij één-oudergezag mag de ouder met het gezag zelf de beslissing nemen, maar overleg met de andere ouder ligt wel voor de hand.
School moet informatie verstrekken
De schoolleiding is verplicht om, als het een concrete vraag betreft, informatie te geven over het kind, in beginsel ook aan de ouder die het gezag niet heeft. Er zijn wel uitzonderingen op deze plicht van informatieverstrekking door derden. De schoolleiding hoeft geen informatie te geven als:
- Deze in verband met een beroepsgeheim de informatie ook niet aan de andere ouder zou geven
- Het geven van de informatie in strijd is met de belangen van het kind

